Archief

Berichten getagged ‘scheidingskinderen’

2. Stiefouderlobby roert zich over ’strijd’ met ouders: NCRV-documentaire met Rode Hoed Debat

ncrv-document.jpeg

NCRV Dokument maandagavond 18 en 25 februari: 22.50 uur

NCRV – Document – maandag 18 en 25 februari 2008, 22.50-23.40 uur, Nederland 2

Filmmaker Frans Bromet volgt stiefkinderen, ouders en stiefouders in hun pogingen het beste ervan te maken, voor alle partijen. Een echtscheiding heeft grote gevolgen voor de betrokkenen. Er kunnen financiële problemen ontstaan, omdat het inkomen vermindert, of omdat de ex-partner alimentatie moet betalen. Een scheiding betekent ook vaak een verhuizing. Weg van de vertrouwde school of sportclub, weg van vrienden of familie. Jaarlijks vinden zo’n 35.000 scheidingen plaats in ons land, waarbij in 33.000 stukgelopen relaties (vaak jonge) kinderen zijn betrokken.

NCRV Dokument – Gedeelde kinderen

Door het grote aantal echtscheidingen leven er in Nederland honderdduizenden kinderen die te maken hebben met stiefouders, omgangsregelingen en loyaliteitsconflicten. In NCRV Dokument Gedeelde kinderen volgt filmmaker Frans Bromet twee jongens, Jelle (12) en Abe (8) en hun ouders en stiefouders die in een hevige strijd zijn gewikkeld om de zeggenschap over de kinderen.

Jelle en Abe zijn na de scheiding door de rechter toegewezen aan hun moeder Cathy en stiefvader Paul. Een weekend in de twee weken vertoeven de jongens bij hun vader Ewoud en zijn derde echtgenote Nicole. Abe en Jelle groeien op in twee werelden, met verschillende opvoedkundige opvattingen. Naar wie moeten ze luisteren? In ieder huis hebben de jongens een kamer met eigen spullen die ze niet naar het andere huis mogen meenemen. Na een ruzie met zijn moeder over zijn beltegoed loopt Jelle boos weg.

Jaarlijks vinden zo’n 35.000 scheidingen plaats in ons land, waarbij in 33.000 stukgelopen relaties (vaak jonge) kinderen zijn betrokken. Een echtscheiding heeft grote gevolgen voor alle betrokkenen. Er ontstaan financiële problemen, omdat het inkomen vermindert, of omdat de ex-partner alimentatie moet gaan betalen. Een scheiding betekent ook vaak een verhuizing. Weg van de vertrouwde school of sportclub, weg van vrienden of familie.

Als men na de scheiding opnieuw gaat samenwonen, moeten de kinderen wennen aan een nieuwe (stief)ouder. Binnen het stiefgezin gaat het er anders aan toe dan de kinderen gewend waren. Door de omgangsregeling die wordt getroffen krijgen de kinderen vaak te maken met twee huishoudens met verschillende botsende inzichten over de opvoeding.

Naar aanleiding van NCRV Dokument Gedeelde Kinderen organiseert De Rode Hoed op 20 februari een landelijk debat met ervaringsdeskundigen en decisionmakers over stiefgezinnen.

NCRV Dokument Gedeelde kinderen is geproduceerd door Bromet & dochters in opdracht van de NCRV.

Bron: NCRV – Document – maandag 18 en 25 februari 2008, 22.50 uur, Nederland 2.

———————————–
En dan woensdag 20 februari ook een debat over deze documentaire in de Rode Hoed te Amsterdam:

rodehoedpic.pngDebatcentrum De Rode Hoed in Amsterdam op woensdagavond 20 februari a.s. om 20.00 uur

Debat over stiefgezinnen : Kun je kinderen een stiefgezin aandoen?

De Rode Hoed – Keizersgracht 102, Amsterdam

Op maandag 18 en 25 februari a.s. zendt NCRV Dokument het onthullende documentaire tweeluik ‘Gedeelde kinderen’ uit. Frans Bromet volgt hierin twee stiefgezinnen in hun pogingen ‘het allemaal goed te doen’. Naar aanleiding hiervan een debat:

In Nederland zijn er 200.000 officieel geregistreerde stiefgezinnen. Per jaar neemt dat aantal met 10.000 toe. Door het grote aantal echtscheidingen leven er in Nederland honderdduizenden kinderen die te maken hebben met stiefouders, omgangsregelingen en loyaliteitsconflicten.

Programma details 20-02-2008
Op woensdag 20 februari vindt in De Rode Hoed een debat plaats over stiefgezinnen: wat zijn de specifieke problemen en hoe zijn deze te herkennen? Wat zijn mogelijke oplossingen en hoe kan dat in beleid worden vertaald?

Deelnemers aan het debat zijn o.a. Ed Spruijt (gezinssocioloog), Ietje Heybroek-Hessels (hulpverlener en stiefouder), Liesbeth Groenhuijsen (pedagoge), Claartje Berkhout (maatschappelijk werker), Marjolein Olderson (lerares), Arno van der Voort van der Kleij (psychotherapeut, stiefouder en ex-voorzitter Stichting Stiefgezinnen Nederland) en Corrie Haverkort (Stichting Stiefgezinnen Nederland, filosoof).

Gespreksleiding: Lex Bohlmeijer (NCRV-presentator).

 

rodehoed.pngOrganisator: De Rode Hoed i.s.m. de NCRV en Bromet & Dochters.

datum: 20-02-2008


De Rode Hoed; Zaal: Grote Zaal

Aanvang: 20.00 uur

Toegang: €9,-/€8,- (CJP etc.) of €10,-/€9,- aan de deur

1. Gedeeld ouderschap na scheiding beste optie voor kinderen

Auteur: Drs. Peter A.N.Tromp, Vaderkenniscentrum, februari 2008

Als we kijken naar wat het beschikbare wetenschappelijk onderzoek zegt over het werkelijke belang van het kind dan komt daaruit een geheel ander beeld naar voren, dan wat nu in Nederlandse familierechtbanken doorgaat voor het “belang van het kind” als argument voor een standaardpraktijk van beschikkingen die scheidingskinderen veroordelen tot eenouderlijke zorg door in hoofdzaak alleen hun moeders.

Vergelijken we de uitkomsten voor kinderen die na de scheiding opgroeien in een vorm van co-ouderschap of gedeeld ouderschap, met geregeld contact met en zorg van hun beide ouders, met de uitkomsten voor kinderen die na de scheiding opgroeien onder de eenouderlijke zorg van slechts één der ouders, meestal de moeder, dan doen de kinderen die in co-ouderschap of gedeeld ouderschap opgroeien het veel beter.

Betere uitkomsten voor kinderen
En die betere uitkomsten voor kinderen werden ook gemeten wanneer daarbij gecontroleerd werd op reeds voor de scheiding bestaande conflicten tussen de ouders als zelfselecterende factor voor co-ouderschap of gedeeld ouderschap. Uit een meta-analyse op 33 onderliggende scheidingsonderzoeken concludeerde Bauserman (American Psychological Association, 2002), dat kinderen die opgroeien in een vorm van co-ouderschap met frequent contact met en zorg van beide ouders, minder gedrags- en emotionele problemen hadden, een hoger gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen hadden, beter relaties konden opbouwen en behouden, zowel binnen het gezin als daarbuiten en beter op school presteerden, dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg waren opgegroeid.

Het verging de kinderen die na de scheiding opgroeiden onder gedeeld ouderschap of co-ouderschap daarbij zoveel beter dan de kinderen die onder eenouderlijke zorg bij één van de ouders opgroeiden, dat gelijkwaardig of gedeeld ouderschap na scheiding verreweg “second best” bleek voor kinderen en voor hen de ideale situatie van een intact gebleven gezin nog het meest benaderde.

Uit een reeks van andere onderzoeken blijkt verder dat kinderen die na de scheiding opgroeien onder gedeeld ouderschap bij beide ouders zich beter ontwikkelen, tevredener zijn, beter aangepast zijn en meer zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde hebben in vergelijking met kinderen die na een scheiding opgroeien onder eenouderlijke zorg van één der ouders (Nunan, 1980; Cowan, 1983; Pojman, 1982; Livingston, 1983; Noonan, 1984; Shiller, 1984, 1986; Handley, 1985; Wolchik, 1985; Bredfield, 1985; Öberg & Öberg, 1987).

Uit een Harvard studie op 517 scheidingsfamilies over een periode van ruim 4 jaar bleken kinderen die na de scheiding opgroeiden onder gedeeld ouderschap minder depressief, minder gedragsafwijkend, en behaalden zij betere schoolresultaten dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg opgroeiden. (Buchanan, Maccoby, Dornbusch, 1996.)

En ook jongens die onder gedeeld ouderschap of co-ouderschap opgroeien, blijken minder emotionele problemen te hebben dan jongens die na de scheiding opgroeien onder de eenouderlijke zorg van één van de beide ouders (Pojman 1982; Shiler 1986).

Vanuit een oogpunt van het belang van het kind bezien is de huidige praktijk van eenouderlijke zorg in het Nederlandse familierecht daarom dan ook volstrekt onbegrijpelijk.

Onderzoek wijst uit dat het veel minder goed gaat met kinderen die na de scheiding vaderloos opgroeien onder de eenouderlijke zorg van slechts een der ouders, meestal de moeder. Kinderen die vaderloos opgroeien in eenoudergezinnen hebben meer depressieklachten, gebruiken eerder drugs en alcohol, krijgen meer ongelukken en plegen vaker zelfmoord dan kinderen die opgroeien met de zorg en betrokkenheid van beide ouders. (Zweeds bevolkingsonderzoek naar de gevolgen van eenoudergezinnen voor kinderen, Ringbäck Weitoft, Hjern, Haglund, Rosén, 2003).

Opgroeiende kinderen (0-12) in vaderloze eenoudergezinnen lopen meer risico om in armoede te leven, lopen meer risico op fysiek, emotioneel en seksueel misbruik, lopen eerder van huis weg, lopen meer risico op gezondheidsklachten en hebben meer problemen op school en in de omgang met anderen.

Opgroeiende tieners in vaderloze eenoudergezinnen lopen meer kans op tienerzwangerschap, in de criminaliteit te belanden, te roken, alcohol en drugs te gebruiken, te spijbelen, geschorst te worden, op jonge leeftijd school te verlaten en aanpassingsproblemen te hebben.

En opgroeiende jong-volwassenen in vaderloze eenoudergezinnen hebben meer moeite opleidingen af te maken, werk te vinden, hebben vaker een laag inkomen en een uitkering, lopen meer risico dak- en thuisloos te raken, lopen meer risico in de criminaliteit te belanden, hebben eerder chronisch emotionele en psychische problemen, ontwikkelen vaker gezondheidsklachten, gaan sneller relaties aan waar ze ook sneller mee gaan samenwonen, en gaan eerder scheiden en hebben vaker buitenechtelijke kinderen. (Meta-studie “Experiments in living, The fatherless family, Civitas, O’Neill, 2002).

En sinds kort is er nu ook een samenhang vastgesteld tussen het opgroeien in vaderloze eenoudergezinnen en de prevalentie van ADHD bij kinderen (Strohschein, 2007).

Minder conflicten
Bovendien bleek uit de meta-studie van Bauserman (American Psychological Association APA, 2002) dat in tegenstelling tot wat vaak over co-ouderschap of gedeeld ouderschap beweerd wordt, het aantal conflicten tussen de ouders juist sterk verminderde in vergelijking met het aantal conflicten in situaties van eenouderlijke zorg. Beter voor de kinderen dus. Britse tienermeiden die opgroeien onder eenouderlijke zorg geven immers aan zich gestresst en overbelast te voelen door de scheidingsproblemen van hun ouders, vooral door het beroep dat op hen gedaan wordt door de verzorgende ouder, in 90% van de gevallen de moeder, voor steun in de met de andere ouder na de scheiding gevoerde strijd over de kinderen. (Bliss Survey, 2005: Girls take strain of parents’ split)

Overigens hebben niet alleen de ouders minder onderlinge conflicten bij gedeeld of gelijkwaardig ouderschap na scheiding zo blijkt uit het onderzoek. Ook kinderen die na de scheiding opgroeien onder gedeeld ouderschap blijken minder conflicten met hun ouders te hebben, dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg bij één ouder opgroeien (Karp, 1982).

Kinderen willen het zelf het liefste
Door tegenstanders van gelijkwaardig ouderschap wordt verder wel beweert dat degenen die gelijkwaardig ouderschap bepleiten alleen aan het eigenbelang van de ouders denken en niet aan dat van de kinderen. Uit onderzoeken waarin de kinderen zelf gevraagd is, waaraan zij nu de voorkeur geven, blijkt echter dat kinderen zelf verre de voorkeur geven aan gedeeld en gelijkwaardig ouderschap en zorg van beide ouders na de scheiding (Smart c.s., 2000; Fabricius, 2003). Kinderen willen zelf niets liever dan hun beide ouders na een scheiding behouden. Ook blijken kinderen die opgroeien onder gedeeld ouderschap veel tevredener dan kinderen die opgroeien onder eenouderlijke zorg, waarbij zij de voordelen van het hebben van een nauwe band met hun beide ouders zelf als belangrijk benoemen (Kelly, 1993).

Minder loyaliteitsconflicten
Door pseudo-deskundigen (Groenhuijsen) wordt vaak de verder niet onderbouwde veronderstelling opgeworpen dat kinderen die onder de gedeelde zorg van hun beide ouders opgroeien geen eigen thuis (ontneem kinderen niet hun thuis wordt er dan geroepen) overhouden, voortdurend onderweg zijn en bij het opgroeien voortdurend blootgesteld zouden worden aan loyaliteitsconflicten. Het onderzoek spreekt echter ook hier weer geheel andere taal over het werkelijke belang van het kind (Steinman, 1981, Luepnitz, 1986, Shiller, 1986, Coller, 1988, Tornstam, 2000).

Kortom bezien vanuit het werkelijke belang van opgroeiende kinderen na de scheiding dringt zich maar een conclusie op: Het gedeeld of gelijkwaardig ouderschap na de scheiding zou verre de voorkeur dienen te verkrijgen boven de huidige praktijk van eenouderlijke zorg. Als we werkelijk om kinderen geven en werkelijk in hun belang zouden handelen is gedeeld gelijkwaardig ouderschap met behoud van de nauwe betrokkenheid met beide ouders in het leven van kinderen de enig aangewezen weg.

Minder scheidingen
Daar komt bovendien nog bij dat hoe meer gedeelde zorg en gelijkwaardig ouderschap wordt ingevoerd en toegewezen en verkozen boven eenouderlijke zorg na scheiding, hoe minder ouders nog geneigd blijken om te gaan scheiden Gelijkwaardig en gedeeld ouderschap helpt dus ook direct mee om intacte gezinnen – nog steeds de meest ideale opgroeiplaats voor kinderen – juist beter en langer in stand te houden. (Brinig, Allen, 2000)